Ontdekkend en ontwerpend leren.

Ontdekkend en ontwerpend leren theorie

Ontdekkend leren

Wij zijn dit jaar in groep 8 gestart met een omslag van klassikaal, 'ouderwets' lesgeven, naar lesgeven 'toekomstgericht'. Dit betekent dat wij nadenken over de vaardigheden en kennis die we denken dat onze kinderen over 15 jaar nodig zullen hebben. Dit houdt in ons geval in, dat we verder denken dan alleen in kennisoverdracht. Het gaat ook om de manier waarop kinderen met (nieuwe) kennis omgaan. Vandaar dat we een aantal onderwerpen aanpakken middels een onderzoekende en ontwerpende leertheorie. 

Wat is ontdekkend leren?

Ontdekkend leren is een werkwijze die vooronderstelt dat de leerling ergens in psychologisch opzicht aan toe is en daarom in staat stelt hem uit te dagen om de wereld actief te onderzoeken. Hierbij is de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen het uitgangspunt. 
 
Bij ontdekkend leren wordt thematisch gewerkt en nieuwe kennis wordt in de context geplaatst. Hierdoor leren kinderen verbanden zien. Het gaat dus niet om het leren van losse feitjes. Door nieuwe kennis en vaardigheden te verbinden aan eerder verworven kennis, beklijft het beter. Daarnaast is het zo dat de leerling de leerstof beter onthoudt als hij het zelf ontdekt. 

Ontdekkend leren is actief leren

Bij ontdekkend leren zijn de leerlingen actief bezig met hun leerproces. Ze ontwikkelen hun talenten en leren hoe ze die optimaal kunnen inzetten. Ook leren ze zelfstandig denken en handelen. Ze leren initiatieven nemen, plannen, uitvoeren en reflecteren. De leerlingen ontdekken de zin van het leren en ze leren van en met elkaar. 

Ontdekkend leren en coöperatief leren

Ontdekkend leren maakt gebruik van coöperatief leren. Coöperatief leren heet ook wel samenwerkend leren. Het gaat hierbij om de samenwerking tussen sterkere en zwakkere leerlingen. Dit wordt gestimuleerd door coöperatieve werkvormen, waarbij kinderen in tweetallen of groepjes werken.
 
Coöperatief leren maakt gebruik van de verschillen tussen kinderen. De kinderen zoeken samen naar een oplossing en helpen elkaar. Coöperatieve werkvormen hebben naast een cognitief doel ook een doel dat gericht is op het samenwerken van de leerlingen. 

Ontdekkend leren en de meervoudige intelligenties

Ontdekkend leren sluit aan bij de meervoudige intelligenties (MI) van Gardner. Het uitgangspunt van dit concept is dat kinderen op verschillende manieren intelligent kunnen zijn. Er zijn acht manieren: 
  • verbaal/linguïstische intelligentie, dat wil zeggen dat je intelligent bent met taal.
  • logisch/mathematische intelligentie, dat wil zeggen dat je intelligent bent met rekenen.
  • visueel/ruimtelijke intelligentie, dat wil zeggen dat je intelligent bent met zien.
  • muzikaal/ritmische intelligentie, dat wil zeggen dat je intelligent bent met muziek.
  • lichamelijke/kinesthetische intelligentie, dat wil zeggen dat je intelligent bent met bewegen.
  • interpersoonlijke intelligentie, dat wil zeggen dat je intelligent bent met betrekking tot mensen.
  • intrapersoonlijke intelligentie,  dat wil zeggen dat je intelligent bent met betrekking tot jezelf.
  • natuurgerichte intelligentie, dat wil zeggen dat je intelligent bent met betrekking tot de natuur.
Elk kind ontwikkelt zich in een aantal van deze intelligenties sterker dan in andere. Het is belangrijk dat elk kind de verschillende intelligenties ontwikkelt en zich bewust is van zijn eigen, unieke intelligentiepatroon  met sterke kanten en ontwikkelpunten. Kinderen leren dat elk mens uniek is en dat de kracht ligt in de gezamenlijke diversiteit.
 
Bij ontdekkend leren onderzoeken de leerlingen een onderwerp door samen te werken en te leren van hun eigen en elkaars intelligenties. Na het gezamenlijke onderzoek presenteren de leerlingen hun uitkomsten vanuit hun verschillende intelligenties. 

Leerling, leerkracht, leerstof

Leren is een actieve bezigheid, waarbij de leerlingen de leerstof proberen te begrijpen en verbinden met bestaande kennis. Daarvoor is het wel een voorwaarde dat de leerlingen een ‘kapstok’ met basiskennis hebben. Daarom is het belangrijk dat de leerkracht vooraf controleert welke voorkennis de leerlingen hebben. Daar kan de leerkracht dan op aansluiten en eventuele ontbrekende kennis eerst introduceren.
 
Het is goed om daarbij te verwijzen naar eerder behandelde stof, want de leerlingen onthouden nieuwe leerstof beter als het gekoppeld kan worden aan bestaande kennis. Laat de leerlingen aan het einde van de les de leerstof in eigen woorden samenvatten. Integreer de nieuwe leerstof in andere vakgebieden.

Stappenplan voor ontdekkend leren

Ontdekkend leren kan spontaan ontstaan, maar de leerkracht kan de nieuwsgierigheid van de leerlingen ook prikkelen. Een stappenplan kan daarbij houvast geven. Er zijn diverse stappenplannen ontwikkeld, onder andere het Nederlandse model van Van Graft & Kemmers. Dit model onderscheidt de volgende stappen:
  • Confrontatie
  • Verkennen
  • Opzetten experiment
  • Uitvoeren van het experiment
  • Concluderen
  • Presenteren van resultaten
  • Verdiepen en verbreden

Confrontatie

Ontdekkend leren start met de confrontatie met een probleem of voorwerp. Een probleem of voorwerp is geschikt als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
  • Het sluit aan bij de belevingswereld van kinderen.
  • Het roept verwondering op en maakt nieuwsgierig.
  • Het nodigt uit tot verder onderzoek.

Verkennen

In deze fase krijgen de kinderen de kans om het probleem of voorwerp te verkennen. Als het een concreet voorwerp is, kunnen ze het bekijken, voelen, ruiken of ernaar luisteren. Aanwezige voorkennis wordt opgefrist en de kinderen kunnen ervaringen uitwisselen.

Opzetten experiment

Tijdens de verkenningsfase komen er vragen boven bij de kinderen. Die vragen worden in deze fase omgezet in onderzoeksvragen voor een onderzoek. Samen met de leerkracht bedenken de kinderen een plan voor het onderzoek. Wat hebben we nodig? Waar gaan we werken? Wie doet wat?


Uitvoeren van het experiment

Als het plan klaar is, kunnen de kinderen starten met de uitvoering. Tijdens het proces houden de kinderen een logboek bij. De leerkracht evalueert al tijdens het onderzoek.

Concluderen

Na het onderzoek kunnen de conclusies getrokken worden. Misschien is het probleem nu opgelost, maar er kunnen ook vervolgvragen zijn. 

Presenteren van de resultaten

De leerlingen verwerken de conclusies in een presentatie. De leerkracht stimuleert om de resultaten goed samen te vatten en in een passende vorm te presenteren. Dat kan op diverse manieren: in een tabel, woordspin, grafiek, tekening of tentoonstelling. 

Verdiepen en verbreden

De leerkracht kan het onderwerp uitdiepen en integreren bij andere vakken. Hier kan hij/zij ook een activiteit aan koppelen, zoals een muurkrant of een opdracht voor handvaardigheid. 
Een kijkje binnen
Ga naar het albumoverzicht
Pietengym, maar ook knutselen, chocoladeletters leren, en natuurlijk spelend varen...